Vennootschap oprichten ?

Velen stellen zich de vraag of ze moeten overgaan tot de oprichting van een vennootschap. Deze overgang wordt te vaak beschreven als een fiscaal voordelige oplossing die men zonder al te veel nadenken zou moeten volgen. De overgang naar een vennootschap vormt echter een complexe oplossing. De factoren die hiervoor in aanmerking moeten genomen worden zijn als een puzzel: elk puzzelstuk heeft zijn betekenis en is onmisbaar (boekhoudrecht, handelsrecht, fiscaal recht en sociaal recht).

Alles is onlosmakelijk verbonden:  een voordeel dat vandaag werd verkregen, kan morgen een nadeel vormen.  Men kan natuurlijk niet vooruitlopen op de eventuele evolutie van de wetgeving, aangezien niet voorspeld kan worden of dat wat vandaag niet belastbaar is ... het morgen zal blijven. 

In de meeste gevallen is het inderdaad zo dat de overgang naar een vennootschap van vrije beroepen en bedrijfsleiders hen toelaat enerzijds hun beroepsinkomsten fiscaal te heroriënteren en te desocialiseren, en anderzijds de verschillende alternatieve vormen van bezoldiging te optimaliseren.

Hier volgen enkele overwegingen die de oprichting van een vennootschap verantwoorden:

  • Het verschil in belastingtarief van de vennootschappen ten opzichte van de natuurlijke personen;
  • De wil om samen te werken binnen een wettelijk kader;
  • De wil om zijn toestand inzake sociale bijdragen te wijzigen;
  • De beperking van het financieel risico;
  • Het voortbestaan van de onderneming.