BTW-richtlijn maakt bedrijfswagen duurder


De BTW-kosten op personenwagens zullen, door een nieuwe richtlijn van het Hoofdbestuur van de Btw-Administratie, een pak hoger uitvallen.

Tot nu toe konden de meeste bedrijven het BTW-bedrag betaald op de aankoop, de diensten en leveringen van goederen met betrekking tot deze personenwagen, bij de eerstvolgende BTW-aangifte, voor de helft fiscaal aftrekken.

Op het einde van het kalenderjaar betaalden de bedrijven een deel van de BTW aan de staat terug via een voordeel van alle aard. De BTW op dit voordeel van alle aard werd vastgesteld op basis van het voordeel in natura in de personenbelasting. Al naargelang de enkele woon-werkafstand meer of minder dan 25 kilometer bedroeg, werden de privékilometers vastgesteld op 5.000 of 7.500 kilometer per kalenderjaar. Deze forfaitaire regeling wordt vanaf nu afgeschaft.

Voortaan zal de BTW-controleur het BTW-aftrekpercentage echter bepalen aan de hand van de werkelijke privékilometers, waaronder het woon-werkverkeer. Indien het beroepsmatig gebruik hoger is dan 50 % dan zal nog steeds de 50 % aftrek in aanmerking worden genomen. Indien echter het beroepsmatig gebruik lager is dan 50 % dan zal het beroepsmatig gebruik percentagegewijs worden toegepast.

Deze nieuwe richtlijn treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2011.

Twee voorbeelden om dit verduidelijken :

Voorbeeld 1
Een vennootschap koopt in de loop van 2011 een personenwagen die om niet ter beschikking zal worden gesteld van de HR-manager. Aankoopprijs wagen: 50.000 € + 10.500 € btw.

Het gemiddeld gebruik van de wagen wordt, onder controle van de administratie, als volgt vastgesteld: 15.000 km woon-werkverkeer, 7.000 km ander privégebruik (vb. gebruik voertuig door het gezin) en 8.000 km verplaatsingen in het kader van zijn functie als HR-manager.

De wagen wordt in deze hypothese voor 73 % (= (15.000 + 7.000) / 30.000) gebruikt voor de privédoeleinden van de HR-manager.

Gevolgen:
  • het recht op aftrek bij aankoop van het voertuig wordt bijgevolg beperkt tot 10.500 x 27 % = 2.835 €.
  • het recht op aftrek van BTW op de diensten en leveringen van goederen met betrekking tot het voertuig (onderhoudskosten, benzine, enz.) wordt overigens eveneens beperkt tot 27 %.
Voorbeeld 2
Een vennootschap koopt in de loop van 2011 een personenwagen die om niet ter beschikking zal worden gesteld van een technisch medewerker. Aankoopprijs wagen: 10.000 € + 2.100 € btw.

Het gemiddeld gebruik van de wagen wordt, onder controle van de administratie, als volgt vastgesteld: 15.000 km woon-werkverkeer, 7.000 km ander privégebruik (vb. gebruik voertuig door het gezin) en 28.000 km verplaatsingen in het kader van zijn functie als technisch medewerker.

De wagen wordt in deze hypothese voor 44 % (= (15.000 + 7.000) / 50.000) gebruikt voor de privédoeleinden van de technisch medewerker.

Gevolgen:
  • vermits het privégebruik slechts 44 % bedraagt en dit dus de bovengrens van 50 % niet overtreft, zal het recht op aftrek bij aankoop van het voertuig bijgevolg beperkt zijn tot 2.100 x 50 % = 1.050 €.
  • Het recht op aftrek van btw op de diensten en leveringen van goederen met betrekking tot het voertuig (onderhoudskosten, benzine, enz.) wordt overigens beperkt tot 50 %.